Malletvinger

Bij een malletvinger blijft het topje van de vinger in een buigstand staan. Dit komt door een afscheuring van het strekpeesje. Hierdoor kan het topje niet meer gestrekt worden door de eigen spieren. Alleen met hulp van buitenaf kan de vinger worden gestrekt. Ook kan er een klein stukje bot afscheuren (een avulsiefractuur), dit is alleen zichtbaar op een röntgenfoto.

 

Het lijkt geen ernstige blessure maar een malletvinger blijkt in het dagelijkse leven hinderlijk te zijn. Het is een vinger die regelmatig achter iets blijft haken of tegen iets aanstoot.

 

Symptomen

  • de vinger is pijnlijk en gezwollen rondom het gewrichtje van het laatste vingerkoortje.
  • drukpijn tussen de nagel en het laatste gewricht.
  • de vingertop is licht gebogen, in de vorm van een hamertje (Engels: mallet)
  • de sporter is niet in staat de vingertop zelf te strekken.

 

Oorzaken

Een malletvinger ontstaat meestal door een directe klap op de top van een gestrekte vinger. Dit kan voorkomen bij het vangen van een bal, of bij het stoten van de vinger tegen de rand van de tafel. Ook bij een snijverwonding kan een malletvinger ontstaan.

 

Wat kunt u er zelf als deze blessure (toch) is ontstaan?

  • als de blessure in een beginstadium verkeert, koel de pees dan na de training zo’n 10 tot 15 minuten met ijs. Het heeft de voorkeur om de pees te koelen door over de pijnlijke plek met een smeltend ijsblokje te wrijven. De pees kan ook gekoeld worden door er een coldpack of een zakje met kapot geslagen ijsblokjes op te leggen. Zorg er dan wel voor dat er bijvoorbeeld een theedoek tussen het ijs en de huid gelegd wordt om huidbeschadiging door bevriezing te voorkomen. Herhaal dit koelen zo’n drie tot vijf keer per dag. Ook als de blessure langer bestaat, kan het nuttig blijven om de pees meerdere keren op een dag te koelen, vooral na de training.
  • probeer de eerste 48 uur de arm hoger te leggen dan je hart, zodat de zwelling kan afnemen.
  • als er een spalkje wordt aangebracht draag deze totdat de dokter aangeeft dat het niet meer nodig is.
  • beweeg het deel van de vinger dat niet in de spalk ziet een aantal keer per dag.

 

Behandeling

De afgescheurde pees kan zich herstellen maar daarvoor moet het topje van de vinger zes tot acht weken in een zogenaamde malletspalk. Deze spalk moet continue omgehouden worden omdat anders de herstellende pees weer kan afscheuren. Na deze periode moet de malletspalk nog vier weken ’s nachts worden gedragen.

Blijft het topje echter nog steeds in de buigstand staan dan is een eenvoudige operatie nodig. Er wordt een verse wond gemaakt zodat het herstelproces met behulp van de spalk opnieuw kan beginnen.

 

Is er sprake van een avulsiefractuur, dat wil zeggen met de pees is een stukje bot afgebroken, dan wordt ook een malletspalk gebruikt om het gewricht onbeweeglijk te maken. Na zes weken is dan het botstukje weer aangegroeid. Deze periode is korter omdat bot sneller herstelt dan peesweefsel.

 

Wanneer het afgescheurde stukje bot erg groot is, of wanneer er een open wond is, dan moet er geopereerd worden. De chirurg zal dan proberen het losgeraakte stukje bot vast te zetten, en de afgescheurde pees te hechten. De behandeling is na de operatie vrijwel hetzelfde als wanneer er niet geopereerd wordt.